Montagne de Lure
11 juli 2025 en 8 augustus 2025
De Montagne de Lure wordt ook weleens het kleine broertje of zusje van de Mont Ventoux genoemd. 80 km 1566 hoogtemeters. We reden deze berg vorig jaar twee maal op. De tweede maal maakten we een ommetje via Sisteron!
Wat een dag! Het weer zat helemaal mee: een staalblauwe hemel, nauwelijks wind en aangename temperaturen. Perfecte omstandigheden om eropuit te trekken.
We begonnen onze klim door dichte bossen en langs geurige alpenweiden. Al snel lieten we het beboste landschap achter ons en klommen we richting de boomgrens. Op zo’n 1.600 meter hoogte dook plots een klein skistation op, nu verlaten, maar met iets mysterieus in zijn stilte. Hoe hoger we gingen, hoe spectaculairder de uitzichten werden. De lucht was helder en plots, daar in de verte, zagen we de toppen van de Alpen én de majestueuze Mont Ventoux.
Een pauze drong zich op: even gewoon staan, kijken en ademhalen. Op 1.736 meter bereikten we een hoog plateau. Wat een plek! Groene weiden, wilde bloemen, eindeloze uitzichten en daarboven de antennes die de berg zijn herkenbare silhouet geven. Geen huisje, geen café, geen bron, enkel rust, ruimte en stilte. Zalig gewoon.
De afdaling bracht echter wat avontuur met zich mee: net vers gravel gestrooid. Niet ideaal, maar we mochten verder. Opletten dus, maar wat een landschap! We fietsten tussen bossen en weiden, een droomdecor voor elke fietser.
In Valbelle was er niets: geen café, geen winkel, enkel een bron net buiten het dorp aan de linkerkant. Daarna reden we een keteldal in, smal en omgeven door bergflanken. Puur natuurgeweld, indrukwekkend mooi. We volgden de Jabron, die zich kronkelend een weg baant door het dal, tot waar het landschap plots openbreekt.
Een afslag naar rechts leidde ons richting Séderon. Helaas moesten we even de drukke Route Napoléon op, tot aan Peipin. Geen pretje, maar onvermijdelijk. In Peipin lonkte de Intermarché, maar die lag aan diezelfde drukke weg, en daar wilden we écht niet meer op. Dus verder de Vallée du Jabron in, richting Saint-Étienne-les-Orgues.
Kleine, stille dorpjes lagen op onze route. Af en toe zagen we een gesloten pizzeria, jammer, want intussen begonnen de magen te knorren. Water vonden we ook nergens meer, maar gelukkig hadden we er nog genoeg bij. En toen… Cruis! Een bakker, een open terras en de geur van vers brood. Wat een verademing.
Na deze heerlijke pauze moesten we nog zo’n tien kilometer trappen tot onze auto. Maar wat een slotstuk: het landschap tussen Peipin en Saint-Étienne-les-Orgues is adembenemend mooi. De Vallée du Jabron? Die blijft me bij. Rustig, puur avontuur.
Hierbij een hele reeks foto’s, netjes in volgorde van onze rit.





















