Naar Fontaine de Vaucluse
15 april 2026
Naar de bron van de Sorgue. 71 km 1242 hoogtemeters
Een staalblauwe hemel, een zacht briesje, bloemen en bomen die volop in bloei staan — puur genieten van de lente in de Vaucluse. Vanuit onze vertrouwde stek fietsten we via Méthamis en Malemort-du-Comtat naar Venasque, om van daaruit koers te zetten richting Le Beaucet. Het eerste stuk was een pittige klim door het bos, maar eenmaal boven liep de rit vlot verder, met een aangename afdaling naar het dorp. Le Beaucet is een piepklein dorpje dat tegen een rotswand lijkt aangeplakt. Bovenop zie je nog de restanten van een middeleeuws kasteel. De rust die er hangt is werkelijk zalig. We klommen nog even verder tot we uitkwamen op de weg tussen Saint-Didier en Saumane-de-Vaucluse — een heerlijk traject om te fietsen. Vanuit Saumane-de-Vaucluse, een charmant en absoluut bezoekwaardig dorpje, daalden we af richting Fontaine-de-Vaucluse. Nog voor we onder het Canal de Carpentras door reden, hoorden we het bruisende water van de Sorgue al. In Fontaine-de-Vaucluse zagen we de smaragdgroene rivier in volle vaart stromen door de vele regen van de voorbije winter. We trokken naar de bron, maar die bleek afgesloten wegens veiligheidsredenen door afbrokkelende rotsen. Deze indrukwekkende karstbron, gelegen aan de voet van een 230 meter hoge klif, voedt de rivier die hier uit een diepe ondergrondse grot ontspringt. We genoten van een maaltijd in een restaurant langs de oevers van de Sorgue (restaurant Philip) — rustig, ontspannen en gewoonweg heerlijk. Nadien kuierden we met de fiets terug naar het centrum om de klim naar La Roque-sur-Pernes aan te vatten. Van daaruit daalden we af naar Saint-Didier voor een verfrissende cola. Vervolgens klommen we opnieuw naar Venasque, daalden af naar Malemort-du-Comtat, trokken nog omhoog naar Blauvac en sloten af met een afdaling naar Villes-sur-Auzon. Een prachtige dag.














