Op verkenning in de Camargue
21 april 2006
Op ontdekking in de Camargue
Van Villes-sur-Auzon naar Sainte-Marie-de-la-Mer, waar we onze auto parkeerden, is het ongeveer 124 kilometer rijden. Afhankelijk van het verkeer ben je al snel een goede twee uur onderweg.
Daarom vertrokken we al rond 7 uur, want ik wilde absoluut het Ornithologisch Park bezoeken. Vanuit het heuvelachtige landschap reden we naar een totaal andere omgeving: de vlakke en uitgestrekte Camargue. Rond 9 uur kwamen we aan in het park en besloten we er een uurtje rond te wandelen. Wauw, wat was dat mooi! De flamingo’s kon je van zo dichtbij bewonderen dat je ze bijna kon aanraken. Bovendien was het volop broedtijd bij de ooievaars. Dat alles leverde heel wat prachtige foto’s op.
Na dit bezoek sprongen we op de fiets. Sainte-Marie-de-la-Mer is een piepklein havenstadje aan de Middellandse Zee en erg toeristisch. Niet echt ons ding. Ons echte doel was Aigues-Mortes, een oude vestingstad vlak bij Les Salins, de beroemde zoutmeren. De afstand bedraagt ongeveer 31 kilometer.
Het eerste deel van de route is prachtig. Onderweg moet je zelfs de Petit Rhône oversteken. Het overzetbootje heet officieel de Bac du Sauvage, een kabelveer die de twee oevers van de rivier met elkaar verbindt, ongeveer 6,5 kilometer ten westen van Sainte-Marie-de-la-Mer, op de route naar Aigues-Mortes. De overtocht is gratis en vertrekt normaal om de dertig minuten. Bovendien is het best hilarisch, want ook paarden mogen mee aan boord.
Na deze korte overtocht, met prachtige vergezichten, fietsten we verder door het typische Camargue-landschap, met hier en daar grote manades (stieren- en paardenfokkerijen). Jammer genoeg konden we niet op deze rustige weg blijven fietsen en moesten we de drukke D38 op. Gelukkig was er een fietspad, maar door het vele verkeer was het toch minder aangenaam rijden. We trapten daarom stevig door om dit stuk zo snel mogelijk achter ons te laten.
Toen we Aigues-Mortes naderden, konden we gelukkig via een klein paadje aansluiten op de ViaRhôna. Dat was opnieuw een prachtig traject, met in de verte de indrukwekkende vestingmuren van de stad. Eenmaal aangekomen in dit volledig ommuurde middeleeuwse stadje besloten we iets te eten op een van de vele terrasjes.
Een belangrijke tip: let goed op je fiets. Er zijn veel fietsdieven actief. Zelfs als je fiets op slot staat, is het verstandig hem zo te plaatsen dat je hem voortdurend in het oog kunt houden.
Na een lekkere maaltijd wilden we verder fietsen naar Les Salins, maar dat bleek minder eenvoudig dan verwacht. Na wat heen en weer rijden zagen we uiteindelijk een bordje richting Salin-de-Giraud, waardoor we eindelijk de juiste richting uit konden.
Eenmaal aangekomen kochten we een ticket voor een tocht van 23 kilometer. Je kon kiezen uit lussen van 15, 23 of 30 kilometer. Let goed op welke afstand je kiest, want de wegen zijn behoorlijk hobbelig en je geraakt er niet snel vooruit. Met een racefiets zou ik dit niet aanraden; een gravelbike of mountainbike is veel geschikter.
Maar wat is het daar prachtig! Absoluut de moeite waard. Het tempo lag laag, maar dat maakte niet uit: het was puur genieten.
Na ons bezoek aan Les Salins keerden we via dezelfde weg terug naar Sainte-Marie-de-la-Mer. Veel keuze heb je niet, want een alternatieve route is er nauwelijks. Dat betekende opnieuw een passage over de drukke D38.
Terug bij de auto werden we nog getrakteerd op een mooi afscheidscadeau: enkele flamingo’s die door het ondiepe water vlak naast de parking stapten.
We sloten de dag tevreden af. We hadden een nieuwe regio ontdekt en tegelijk geleerd uit onze fout: we wilden eigenlijk te veel doen op één dag. We keren zeker terug, maar de volgende keer zullen we onze auto in Saint-Gilles parkeren.
Wordt vervolgd…

















