Gorges de la Nesque-Sault-St Trinit-Revest du Bion-St Christol-Brouville-Méthamis
2026-08-01
Mooie rit met prachtige vergezichten, altijd iets minder warm met een deugdoend briesje. 100 km en 1300 hoogte
Alweer werden we getrakteerd op een prachtige, warme zomerdag. Onze rit voerde ons via de indrukwekkende Gorges de la Nesque naar Sault en Aurel.
Voor het eerst fietste ik door Aurel, een klein maar bijzonder authentiek dorpje dat zeker de moeite waard is. Van daaruit reden we verder naar Saint-Trinit over een pas vernieuwd wegdek. Dat bolde heerlijk!
In Saint-Trinit (op 836 m hoogte) lunchten we bij Le Bistrot de Saint-Trinit, een echte aanrader. Reserveren is er wel aangewezen. Neem er ook even de tijd om door het piepkleine dorpje te wandelen. Het telt slechts enkele straatjes, maar herbergt een prachtig romaans kerkje uit de 12de eeuw, een bijzonder stukje erfgoed.
Na deze deugddoende pauze fietsten we verder naar Revest-du-Bion (op 960 m hoogte). De lavendelvelden zijn ondertussen geoogst, maar het golvende landschap blijft even indrukwekkend. Na Revest-du-Bion gaat de route door uitgestrekte bossen richting Saint-Christol (op 836 m hoogte). Daar vind je een klein winkeltje waar je drank kunt kopen, al opent het in de namiddag pas om 16 uur. Toen wij er rond 15 uur passeerden, leek het dorpje uitgestorven.
Vanuit Saint-Christol begint de klim naar Brouville, gelegen op 1.000 meter hoogte. Vergeet onderweg zeker niet af en toe naar rechts te kijken. Bij helder weer reikt het uitzicht kilometers ver en kun je zelfs de Montagne de Lure bewonderen.
De Côte de Saint-Christol stijgt van 851 naar 1.006 meter over een afstand van 2,8 kilometer, met een gemiddeld stijgingspercentage van 5,5%. Boven word je beloond met een schitterend panorama. Daarna volgt een stuk vals plat, waarna je door een open landschap met prachtige vergezichten en zicht op de Mont Ventoux afdaalt naar Sault. Een heerlijke, snelle afdaling!
In Sault sloegen we af richting Saint-Jean-de-Sault. Tussen de vele geoogste lavendelvelden reden we verder naar Méthamis. Eerst wacht nog een korte klim naar de Auberge de Saint-Hubert (op 832 m hoogte). Aan de muur hangt een kraantje waar je je drinkbussen kunt bijvullen, altijd handig op warme dagen.
Vervolgens daal je af naar Méthamis, opnieuw omringd door prachtige vergezichten. Deze streek weet telkens opnieuw te verrassen. Vanuit Méthamis was het nog zeven kilometer stevig doortrappen, met een opstekende tegenwind, tot we opnieuw Villes-sur-Auzon bereikten.
Een bijzonder gevarieerde rit met indrukwekkende natuur, charmante dorpjes, rustige wegen en prachtige panorama's. Een rit die werkelijk alles te bieden heeft.

















