Col de Perty

2026-06-26

prachtige vergezichten in een heel rustige omgeving. 104 km 2039 hoogtemeters

We vervoerden de fietsen met de fietsendrager naar Sault, waar we de auto parkeerden. Van daaruit startten we onze rit. Om 7 uur vertrokken we bij een aangename 14 graden onder een stralende zon. Al snel liep de temperatuur op. We klommen eerst naar Ferrassières en begonnen vervolgens aan de beklimming van de Col de l'Homme Mort: 5 kilometer lang met een gemiddelde stijging van 5,5%. Heerlijk om zo vroeg op de dag te fietsen. Het ochtendlicht geeft het landschap bovendien een heel andere uitstraling dan rond de middag. Onderweg genoten we van de uitgestrekte lavendelvelden. Eenmaal op ongeveer 1.200 meter hoogte volgde een vals plat tot aan de Col de Macuègne, met prachtige vergezichten.

Daarna daalden we af naar Séderon, waar we onze bidons bijvulden. Vervolgens reden we door de prachtige Vallée de la Méouge, langs speltvelden en groene weilanden. Daar sloegen we linksaf richting Eygalayes, een piepklein dorpje waar de tijd lijkt stil te staan. Vanuit Eygalayes begonnen we aan de beklimming van de Col Saint-Jean. Deze klim is 7.7 kilometer lang, heeft een gemiddeld stijgingspercentage van 5.5% en bereikt een hoogte van 1.156 meter. Boven namen we even de tijd om van het indrukwekkende landschap te genieten.

Na een afdaling van ongeveer 5 kilometer kwamen we aan in Laborel. Bij het kleine gemeentehuis – je moet daarvoor het straatje nemen (Montée Lucien-Guibert) dat iets hoger loopt – vind je een kraantje met drinkbaar water. Dat is op warme dagen meer dan welkom. We hielden er een korte pauze en genoten van de rustige dorpssfeer, waarna we begonnen aan de beklimming van de Col de Perty. Dit is een col die ik bijzonder graag van deze kant beklim, omdat de vergezichten er werkelijk schitterend zijn. De klim is 8,4 kilometer lang, stijgt gemiddeld met 5,6% en bereikt een hoogte van 1.302 meter. Boven werden we beloond met een prachtig panorama: aan de ene kant de Vallée de la Méouge en aan de andere kant de imposante Mont Ventoux.

Vervolgens genoten we van een lange afdaling naar Montauban-sur-l'Ouvèze, opnieuw tussen goudgele speltvelden en heerlijk geurende lavendel. We lunchten in Hôtel-Restaurant La Clavelière, waar we bijzonder lekker aten. Vlak bij het restaurant bevindt zich bovendien een fontein met drinkbaar water, ideaal om de bidons opnieuw te vullen.

Na deze deugddoende stop reden we verder naar Saint-Auban-sur-l'Ouvèze en begonnen we aan de klim naar het bergdorpje La Rochette-du-Buis, telt slechts 68 inwoners. Opnieuw wachtte ons wat klimwerk, maar de schoonheid van de omgeving doet je de vermoeide benen al snel vergeten. Daarna volgde een afdaling, waarna we enkele kilometers verder rechts afsloegen voor de beklimming van de Col d'Aulan. Deze col ligt op 845 meter hoogte en is 6,5 kilometer lang, met een gemiddelde stijging van 3,6%.

Na de top volgde een prachtige afdaling langs de Toulourenc, die hier ontspringt ter hoogte van het Château d'Aulan. We daalden af tot Montbrun-les-Bains, waar we aan de laatste klim van de dag begonnen, richting Ferrassières. Die voelde op het einde van de rit, en bij de inmiddels hoge temperaturen, toch behoorlijk pittig aan. Vanuit Ferrassières volgde ten slotte de heerlijke afdaling naar Sault, waar onze auto op ons stond te wachten.