2025-11 juli

Montagne de Lure. Men zegt wel eens het kleine broertje van de Mont Ventoux. Voor ons de eerste keer. Een goede voorbereiding was wel nodig.
We reden met de auto (70 km van Villes-sur-Auzon) naar St-Etienne-les-Orgues. Gelegen aan de voet van de Montagne de Lure.
Er is er een parking even voorbij het grootwarenhuis U aan de linkerkant. 

De klim is ongeveer 18 kilometer lang met een gemiddeld stijgingspercentage van 5,8% vanaf Saint-Étienne-les-OrguesDe top ligt op 1736 meter hoogte. Er zijn verschillende routes naar de top, waaronder een beklimming vanaf Valbelle, die ongeveer 25 km lang is met een gemiddeld stijgingspercentage van 4,6%. 

Wij hebben de klim vanuit St-Etienne-les-Orgeus gekozen omdat deze kant de mooiste kant is om te klimmen en het dalen naar Valbelle de mooiste daalkant.

 

Wat een dag! Het weer zat helemaal mee: een staalblauwe hemel, nauwelijks wind en aangename temperaturen. Perfecte omstandigheden om eropuit te trekken.

We begonnen onze klim door dichte bossen en langs geurige alpenweiden. Al snel lieten we het beboste landschap achter ons en klommen we richting de boomgrens. Op zo’n 1600 meter hoogte dook plots een klein skistation op — verlaten nu, maar met iets mysterieus in zijn stilte.

Hoe hoger we gingen, hoe spectaculairder de uitzichten werden. De lucht was helder, en plots — daar, in de verte — zagen we de toppen van de Alpen én de majestueuze Mont Ventoux. Een pauze drong zich op: even gewoon staan, kijken en ademhalen.

Op 1736 meter bereikten we een hoogplateau. Wat een plek! Groene weiden, wilde bloemen, eindeloze uitzichten… en daarboven de antennes die de berg zijn herkenbare silhouet geven. Geen huisje, geen café, geen bron — enkel rust, ruimte en stilte. Zalig gewoon.

De afdaling bracht echter wat avontuur met zich mee: net vers gravel gestrooid. Niet ideaal, maar we mochten verder. Opletten dus, maar wat een landschap! We fietsten tussen bossen en weiden, een droomdecor voor elke fietser.

In Valbelle was er niets: geen café, geen winkel, enkel een bron, net buiten het dorp aan de linkerkant.

Daarna reden we een keteldal in, smal, omgeven door bergflanken. Puur natuurgeweld, indrukwekkend mooi. We volgden de Jabron, die zich kronkelend een weg baant door het dal, tot waar het landschap plots openbreekt.

Een afslag naar rechts leidde ons richting Séderon. Helaas moesten we even de drukke “Route Napoléon” op, tot aan Peipin. Geen pretje, maar onvermijdelijk. In Peipin lonkte de Intermarché, maar die lag aan diezelfde drukke weg — en daar wilden we écht niet meer op.

Dus verder, de Vallée du Jabron in, richting Saint-Étienne-les-Orgues. Kleine, stille dorpjes lagen op onze route. Af en toe zagen we een gesloten pizzeria — jammer, want intussen begonnen de magen te knorren.

Water vonden we ook nergens meer, maar gelukkig hadden we nog genoeg bij. En toen… Cruis! Een bakker, een open terras en de geur van vers brood. Wat een verademing.

Na deze heerlijke pauze moesten we nog zo’n 10 kilometer trappen tot onze auto. Maar wat een slotstuk: het landschap tussen Peipin en Saint-Étienne-les-Orgues is adembenemend mooi.

De Vallée du Jabron? Die blijft me bij. Ruw, rustig, puur avontuur.

Hierbij een hele reeks foto’s, netjes in volgorde van onze rit.

https://www.strava.com/activities/15079982991

 

In de verte de MV!
De alpen, Het massief van les Ecrins
En nu dalen op gravel
De Jabron
In Cruis eindelijk een bakkerij gevonden die nog open was